Zomertuinen aan zee

zomertuinJesaja 35:1-10 en Marcus 7:31-37

Zusters en broeders,

Stelt u zich voor dat u luistert naar de sombere stem van een nieuwslezer: Rutte betreurt gevoel van miskenning van Indische Nederlanders, Libanese moslimleider opgepakt, zeker 40 migranten omgekomen op de Middellandse zee, ongeluk met Nederlandse bus op Franse snelweg. En dan opeens klinken woorden van het lied van een nieuw begin: Leliën draagt de woestijn, Rozen dragen de rotsen. Lente staat op je drempel. Aankomst van onze God.

Zo’n grote overgang maakt het bijbelboek Jesaja. Te midden van geruchten over oorlog, beelden van totale verlatenheid en in Jesaja 34 de woede van God, tegen alle volken: de wateren van Edom worden pek, zijn grond verandert in zwavel, het land wordt een grote pekoven … Dan zonder een adempauze of een overgang doorbreekt Jesaja 35 de wanhoop en verwoesting. Er klinkt opeens een stem die in poëtische termen een visioen schetst, het is niet duidelijk wanneer dit zal gebeuren: het is in de toekomst en tegelijkertijd ook in onze tijd. De woestijn zal zich verheugen! Dat is het volkomen tegendeel van een land dat verandert in zwavel en pek.

Dat eerste woord is meteen een veelzeggend woord. De woestijn. In het lied dat we gezongen hebben klonk het als de steppe zal bloeien, en bij een steppe zie je toch al wat gras en dieren voor je, de woestijn is een veel doodser beeld. De plaats waar die zomertuinen aan zee zullen ontstaan wordt bij name genoemd en onmiskenbaar: in de woestijn, in de woestenij. Dat is geen toeval. Gods komst en de belofte van zijn toekomst vindt plaats te midden van elk menselijk tekort, van eenzaamheid en verlatenheid.
De woestijn heeft verschillende betekenissen voor Israël. Het is zowel de plek om heen te vluchten, als een plaats van bevrijding. Genesis en Exodus. Het is bevolkt met gevaarlijke dodelijke dieren. Water is er schaars en het land onvruchtbaar. Het is weids, leeg en je kan er makkelijk verdwalen. In Psalm 107staat geschreven: soms doolden zij door de woestijn maar een weg in de wildernis, een stad, een woonplaats vonden ze niet. Ze riepen in hun angst tot de Heer – Hij heeft hen bevrijd uit vele gevaren.
Want dat is de andere kant van de woestijn, het is een plaats waar de mensen leren vertrouwen op God. Hij gaf hen manna te eten en water uit de rots. Daarom zingt Jesaja’s woestenij een lied van een nieuw begin. Leliën draagt de woestijn, rozen dragen de rotsen. Hij slaat bronnen, ontbindt tongen, zangen, rivieren. Water welt aan je voeten en geen leeuw op je weg. Kromme, jij wordt recht. Woeste, jij wordt een akker. Wat geen woorden vermogen, Aarde, vrede zij u.

De aarde viert de gift van het leven. De droge dorre aarde zal net zo glorieus gaan bloeien en overvloed bieden als Gods genade voor de mensen. Het zal een openbaring zijn van Gods goede bedoelingen en zo wordt God zichtbaar voor ons, zegt Jesaja.  Dan veranderen zijn woorden van het futurum, naar de tegenwoordige tijd, de blik verschuift van de aarde naar de mensen die daarop lopen. Van dorre grond naar zwakke en angstige lichamen, en van groen en groei naar moed en kracht. Vanuit het visioen worden de mensen erbij betrokken: Bevende harten vat moed, strek je, slapende handen. Dove oren, ga open. Wankelmoedigen, hoort.
Jesaja geeft zijn toehoorders en ook ons, deze gemeente, een opdracht. Hij toont een paar handen die bibberig geworden zijn, zacht en week van ledigheid. Ze beven zo dat ze niets meer vast kunnen houden en kunnen niet langer het werk doen waarvoor ze bedoeld zijn. De opdracht is maak je handen sterk! Recht je rug, God geeft ons een paar knieën die je overeind kunnen houden en je niet laten struikelen. Wie staat zo stevig en gaat zijn eigen weg?

Meer lezen

Het is al aan het ontkiemen… zie je het niet

IMG_2938

Preek van 13 december 2015
Jesaja 43:14-21; Lucas 1:67-80

Vanmorgen is het de derde zondag van Advent, zondag Gaudete, zondag verheugt u. Vorige week was het heel toepasselijk, op de dag na Sinterklaas, de zondag van vol verwachting klopt ons hart. Van verwachten naar verheugen is nog een hele stap. Wees niet bang, zo zegt Jesaja ons vanmorgen, wees niet bang om die stap te wagen. Dat is niet zomaar een kreet. Want de mensen tot wie Jesaja zich richt, zitten in een diepe geloofscrisis. Jaren geleden was het alweer dat Jeruzalem was verwoest. Het volk was gedeporteerd naar Babel. Ze hadden geprobeerd het geloof vast te houden. Maar door de jaren heen was er toch een zekere matheid en moedeloosheid over hen gekomen. Zeker, ze kenden Gods daden van verlossing. De uittocht uit Egypte … doortocht door de woestijn … intocht in Kanaän … De verhalen waren hen van jongs af aan bekend. Maar… Het lukte hen niet meer om moed te putten uit het verleden. Ze konden er alleen nog met weemoed aan terugdenken.
Het is veel makkelijker geworden om te jammeren en te klagen dan om zich te verheugen en te zingen: ‘Ja, vroeger, toen deed God nog grote daden …’ Toen deed God nog wonderen. Toen was Hij machtig genoeg om ons te redden. Nu niet meer… Ze hadden God dus als het ware opgesloten in het verleden. In de periode van de uittocht uit Egypte. De bloeiperiode van het koningschap van David. Maar dat was vroeger. Lang geleden.

En opeens krijgt Jesaja de geest en hij spreekt namens God deze machteloze en mismoedige mensen toe:
‘Blijf niet staren op wat vroeger was.
Sta niet stil in het verleden.
Ik, zegt Hij, ga iets nieuws beginnen
het is al begonnen, merk je het niet?
Ik, God maak iets nieuws! Ik was er niet alleen vroeger. Ik was er niet alleen voor jullie grootouders en voor generaties daarvoor. Ik ben er ook vandaag. Verheug je op iets nieuws!’

Op een wel heel wonderlijke manier begint God opnieuw. Hij baant een weg door de wildernis. Nu niet de weg door de bloeiende woestijn, maar de weg naar huis, vanuit Babel terug naar Israël. En let op! Het gaat verder dan dat, er is niet alleen sprake van terugkeer, er is juist sprake van ommekeer. God denkt niet langer aan de dingen die geweest zijn. Hij kiest voor een volstrekt nieuwe inzet. Bevrijding door vergeving leidt tot vernieuwing. Diezelfde woorden klinken later uit de mond van Johannes wanneer hij als roepende in de woestijn de mensen voorbereidt op de komst van Jezus.

Meer lezen

Pinkster preek

pinksterpreek

Zusters en  Broeders,

Hoe zou onze maatschappij eruit zien als de Geest niet uitgestort was op het Pinksterfeest uit Handelingen? Geen grote Christelijke kerken, denk ik. Misschien wat kleine groepjes gelovigen die her en der in de wereld verscholen zijn. Groepen die weinig met elkaar te maken hebben en ieder hun eigen geloof verdedigen.
Het is dank zij de Geest met een hoofdletter dat wij hier als Doopsgezinde gemeente bij elkaar zijn. Met de nadruk op Doopsgezind. De eerste Dopers waren er van overtuigd dat de doop door de heilige Geest, met andere woorden het evangelie verstaan, vooraf gaat aan de waterdoop. Dat wil zeggen is dat je voor eerst geraakt moet worden door de Geest en je bewust worden van je leven zoals je dat tot dan toe geleefd hebt. Door het geloof wordt je een nieuwe mens en dan pas kun op grond van je belijdenis gedoopt worden. Zij maakten toen nog deel uit van de Hervormingsbeweging in Zurich. De grote scheiding kwam toen ze zich realiseerden dat juist door hun nieuwe geloofsopvatting niet meer uit de voeten kunnen met de kinderdoop. Daarom gingen ze over tot het her-dopen van volwassenen. De wederdopers streefden naar het stichten van een gemeente zoals die van de eerste christenen. Daarbij de waren de Bergrede en de brieven van Paulus een leidraad.

Vijf jaar geleden was ik in de meivakantie met mijn ouders en kinderen in Rome. Omdat dit voor de kinderen de eerste keer was hebben we ons vooral op de hoogtepunten geconcentreerd: Het Forum Romanum en het Colosseum uit de tijd van de Romeinse keizers. Het Vaticaan en de Engelenburcht als centrum van de macht van de Rooms-katholieke kerk. En tussendoor nog vele kerken, zuilen  en obelisken. En niet te vergeten prachtige paleizen en fonteinen in het Joodse getto. Wat de stad zo boeiend maakt is dat er steeds onderdelen van het ene gebouw gebruikt zijn voor het andere. Zo zijn stenen uit de Romeinse tempels gebruikt voor chrístelijke basilieken. En obelisken uit Egypte zijn gebruikt keizers en pausen te eren. Mij is de vergulde kooi het meeste bijgebleven in de pauselijke kerk waarin volgens de katholieke traditie de verschrompelde hoofden van de kerkstichters Petrus en Paulus bewaard zouden worden.

Hoe was de situatie Rome ten tijde van Paulus? Enerzíjds was er rond het begin van de jaartelling een grote joodse gemeenschap die God de Schepper vereerde in eigen synagogen in het getto. Daaromhéén bruiste de moderne Romeinse wereld vol afgoden en offer praktijken. Het Romeinse rijk streefde naar het verspreiden van de Pax Romana (vrede)en Justitia (gerechtigheid) voor de volkeren onder leiding van de goddelijke keizer. Anderzijds was er de prille christelijke gemeente. Die bestond uit heidenen die zich tot Christus bekeerd hadden en joden die hoewel christelijk nog steeds naar de synagoge gingen. Die twee groepen mengden slecht.
De Romeinse lezers van de brief van Paulus zaten in een bijzondere positie: klem tussen stad en synagoge. Hoe moesten ze zich verhouden tot de cultuur van Rome? En hoe tot de geschiedenis en de toekomst van Israël?

In zijn brief hoopt Paulus helderheid te verschaffen. Het evangelie verbindt de mensen met elkaar doordat we voor God gelijkwaardig zijn. Met de opstanding van Jezus Christus is een nieuw tijdperk ingegaan, die van het leiderschap van de Heilige Geest. De boodschap van het evangelie is dat door de tussenkomst van Christus het heil van God niet meer beperkt is tot één volk. Het is juist openbaar geworden voor allen die het willen horen. Dankzij dat ene Pinksterfeest kan iedereen het evangelie in zijn eigen taal verstaan.

Oorspronkelijk was Pinksteren het feest van het begin van de oogst, ingesteld door Mozes op verzoek van God. In de Joodse uitleg staan de pinkstervlammen voor het verbond met God, zoals bij de brandende braamstruik, en het ontvangen van de wet. Die wet is voor de Joden de bevestiging van het verbond. Door je te houden aan de wet wordt je een rechtvaardige voor God. Voor veel Joodse christenen in de tijd van Paulus was het daarom vanzelfsprekend dat elke bekeerde heiden zich volgens de wet moet laten besnijden om deel te krijgen aan het Heil. Paulus verzet zich hier fel tegen. Volgens hem is dankzij de Geest een vrije toegang tot God ontstaan. Zijn verzet had hem onder zijn volksgenoten een slechte naam gegeven omdat hij de wet zou willen afschaffen.

Paulus zou dolgraag zelf de gemeente in Rome, in het centrum van de toenmalige wereld, door zendingswerk gesticht hebben. Zo was het niet gegaan. Er was in Rome al een gemeente ontstaan terwijl hij nog door Azië reisde. Paulus had ook nog de pech dat hij slechte naam had bij een deel van de Romeinse christenen. In zijn brief wilde hij een weg te effenen voor zijn komst naar Rome, op doorreis naar Spanje. Tegelijkertijd probeerde hij zijn lezers duidelijk te maken wat de essentie van het evangelie van Jezus Christus. De basiskennis bezaten ze al, Paulus zette al schrijvende zijn puntjes op de i! Het was zijn levensmissie om de het geloof in God te realiseren onder de heidenen. Geïnspireerd door de Geest van Pinksteren. Immers wie gelooft maakt deel uit van Gods heilsplan. Het onderscheid tussen Jood, Griek, Romein of Aziaat bestond niet meer. En toch, schreef Paulus, wees er bewust van dat dit geen vrijbrief is voor wetteloosheid. Noch om jezelf op de borst te slaan dat je een betere gelovige bent. Alle groepen moeten leren samenwerken in de gemeente.

Paulus wil niet de Romeinse vrede en gerechtigheid voor alle volken promoten maar Gods gerechtigheid. Want die is zonder veroveringen en onderdrukking beschikbaar voor alle volken… zolang zij bereid zijn om te gehoorzamen aan het evangelie. Gods Geest geeft vrijheid zegt Paulus verderop in zijn brief. Deze vrijheid staat ver af van vrijblijvendheid en onverschilligheid. Onze vrijheid, waarin de Geest van God zo‘n belangrijke rol speelt, ligt stevig verankerd in de richtlijnen die we van Gods wege gekregen hebben.

Want in tegenstelling tot wat boze tongen beweerden schafte Paulus de wet niet af. Gods geboden blijven noodzakelijk om de grenzen van de ethiek aan te geven. Hij leert ons echter een hele andere manier van omgaan met de wet. De gerechtigheid van God wordt in het Oude testament betrokken op de hele mens en zijn welzijn. De Romeinse rechtsopvatting daarentegen is gebaseerd op de gedachte dat de mens ontvangt wat hem toekomt, beloning of straf. Ons rechtssysteem is nog steeds op dit principe gebaseerd. God geeft de mens niet wat hem of haar als beloning of straf toekomt. God geeft de mens zijn bestaansgrond zoals Hij met zijn verbond beloofd heeft. Dit kun je geloven of niet! Deze goddelijke gerechtigheid bewerkt een wezenlijke verandering in de mens. Door uit geloof te leven of door zoals de eerste Dopers zeiden een nieuwe mens te zijn, wordt je rechtvaardig. Dan hou je je aan de wet omdat je eenmaal die keuze gemaakt hebt.

Het Pinksterverhaal maakt het ons extra duidelijk: hier wordt verteld hoe verschillende mensen zich allemaal op hun eigen manier door God aangeraakt worden. Hoe verschillend we ook in het leven staan, hoe anders we ons geloof ook vormgeven, God spreekt ons aan. De verschillen die wij vaak ervaren en benadrukken als tegenstellingen, worden door Gods Geest tot een eenheid gemaakt. God biedt ons de ruimte om op onze manier ons leven en ons geloof vorm te geven. Hij laat ons daarin niet aan ons lot over. We raken steeds weer gevangen in angsten, door bange vermoedens, door hoogmoedigheid, door valse bescheidenheid, door alles wat ons beperkt en klein houdt. De Geest van God doorbreekt dat. Wanneer de Geest ons in vuur en vlam zet komen we in beweging en inspireren we anderen met ons aanstekelijke geloof. Wanneer steeds meer mensen gaan opstaan en in alle vrijheid hun leven inrichten dan geven wij het evangelie door.

Als een windvlaag, telkens verder, als een vloedgolf met elkaar
golft de Geest door heel de wereld, dan weer hier en dan weer daar.
Mensen worden bewogen.
Mensen zien elkaar weer staan.
Mensen raken bevlogen om geestdriftig door te gaan.

Amen

Susanna

susanna

Preek over Susanna (Daniel 13) naar aanleiding van het schilderij op de Late Rembrandt tentoonstelling.

Zusters en broeders,

Waar denkt u aan wanneer ik mijn overdenking zou beginnen met ‘Er was eens lang geleden een man die woonde in een land hier ver vandaan en hij had een prachtige jonge vrouw… ’? Denk u dan dat ik een sprookje ga vertellen? Dus dan kent u ook het einde al: en ze leefden nog lang en gelukkig. Amen.

Vanmorgen wil ik met u nadenken over het verhaal van Susanna. Dat begint met: ‘Lang geleden woonde er in Babel een man die Jojakim heette. Zijn vrouw was Susanna, zij was buitengewoon mooi en vroom…’.

Dit zogenaamde apocriefe verhaal staat in katholieke bijbels als hoofdstuk dertien van het boek Daniel. De verhalen over de profeet Daniel spelen zich af aan het hof van Babylonië, en beschrijven de competitie en intriges tussen de joodse balling Daniel en de lokale adviseurs van de koning, magiërs en andere hovelingen. Daniels vaste geloof een zijn trouw aan Gods wetten zijn maken hem tot een grote figuur in zijn joodse gemeenschap.

Daniel 13 zit vol met treffende beschrijvingen. Je ziet voor je hoe die twee ouderlingen elkaar tegen komen terwijl ze door de tuin sluipen om Susanna te bespieden. Twee graag geziene figuren aan het hof die opeens in vieze mannetjes veranderen omdat ze bevangen zijn door het verlangen naar seks met Susanna. Tot nu toe is het een verhaal van alle tijden. Ook het thema van een vrouw die vals beschuldigd wordt en uiteindelijk kuis blijkt te zijn komt veel voor in volksverhalen. Shakespeare gebruikte het thema in Othello en een moderne variant is de film Sweeny Todd. Wat maakt Susanna nou zo bijzonder dat ze in de bijbel terecht gekomen is?

Zoals ik al vertelde werd ik getroffen door de manier waarop Rembrandt Susanna heeft afgebeeld. Algemeen wordt aangenomen dat dit Hendrickje is, zijn huisvrouw met wie hij samen woonde, als weduwnaar. De uitdrukking op haar gezicht is zo intrigerend, de weldaad van het koele water aan haar benen, maar er is meer aan de hand. In het jaar waarin dit geschilderd werd, is Hendrickje door de kerkenraad uit de kerk gezet, wegens ‘hoererij’, het ongetrouwd samenleven met een man. Van wie zij korte tijd later nota bene ook nog een kind kreeg, een dochter, Cornelia. Rembrandt heeft met dit schilderij een statement willen maken: het beeld is ontleend aan het verhaal van Susanna. Je ziet op het schilderij dat de vrouw een kostbare, goud-bestikte mantel afgedaan heeft, en op de oever gelegd. Zij is dus meer dan een dame in nachthemd of zoiets, zoals de argeloze toeschouwer zou kunnen denken. Hendrickje gaat baden in het koele water, en schudt die hele kerkenraad van zich af en wordt door de natuur liefdevol omarmd.

We zien Susanna op een moment dat zij zich onbespied waant, zij kijkt ons niet aan, ze heeft haar hemd opgetrokken zodat het niet nat wordt. Voor een schilderij uit die tijd heeft Rembrandt een gewaagd plaatje geschilderd. Er is veel been te zien en hij geeft haar een sensuele uitstraling. Of we deze afbeelding ook een erotische, lustopwekkende schildering vinden is een beslissing van de kijker. Rembrandt maakt ons tot voyeur, wij zien een vrouw op een heel kwetsbaar en naakt moment en dat roept een oordeel bij ons op. We raken betrokken bij Susanna en zij dwingt ons om een rol te spelen in het verhaal. Voor mensen die de bijbelverhalen goed kennen kunnen er allerlei beelden boven komen. Bathseba die een bad neemt en door koning David verleid wordt. Susanna als een vrouwelijke Jozef bij Potifar aan het Egyptische hof. En het NT verhaal van Johannes over de farizeeërs die een overspelige vrouw bij Jezus brengen in de hoop dat hij haar veroordeeld. Mensen matigen zich niet alleen een oordeel aan ze willen ook straffen, het recht in eigen hand nemen. De wet van Mozes, geeft aan wat er moet gebeuren met een overspelige vrouw, zij brengt het evenwicht van de gemeenschap in gevaar daarom staat er de doodstraf op. In tegenstelling tot Daniel die ingrijpt voor het oordeel over Susanna voltrokken wordt blijft Jezus zwijgen, Hij tekent in het zand. Wanneer Hij uiteindelijk iets zegt haalt hij meteen de angel eruit: wie zonder zonde is werpt maar de eerste steen. Het is niet aan ons om te snel een oordeel te vellen. Alsof wij het recht in eigen hand kunnen nemen. Elke gebeurtenis kent verschillende kanten, we moeten ons eerst bewust zijn met welke ogen bij ernaar kijken voordat we een oordeel mogen vellen.

Daarom nogmaals de vraag waarom wordt Susanna bij name genoemd in de bijbel? Ondanks het sprookjesachtige begin is het verhaal van Susanna bedoeld als een preek. Het hele verhaal dient als een uitleg van vers 5: ‘voor hen gold wat de Heer gezegd heeft: De goddeloosheid is in Babel begonnen bij de oudsten die rechters waren en slechts deden alsof ze het volk bestuurden’. Geleerden hebben lang gepuzzeld waar dit citaat vandaan komt, want zoals het hier staat is het nergens te vinden in het OT. Deze zinsnede is een omkering van de profetie van Jesaja.

‘Want uit Sion komt de wet en uit Jeruzalem het Woord van de Heer.’

Het is een prachtig toekomstbeeld dat daar door de profeet geschetst wordt: ‘Op het einde der dagen zal het gebeuren, dat de berg van het huis van de Heer gevestigd zal zijn als de hoogste der bergen…en alle volken stromen naar Hem toe… en Hij zal recht doen onder de volkeren… en oorlog leren ze niet meer’. Een mooier ‘en ze leefden lang en gelukkig’ bestaat er niet.
Ten tijde van Jesaja bestonden er ook zulke voorspellingen over Babylon, dat alle volkeren daarheen zullen stromen om de god Bel te aanbidden.
In joodse verhalen wordt Babylon wel vaker neergezet als de tegenkant van Sion en Jeruzalem. In plaats een bron van levenslessen over vrede en rechtvaardigheid is het een stad waar afgoderij, tovenarij, zonde en rechteloosheid overheerst.

Vanaf de berg Sion zal God oordelen over de volkeren. Hij zal oordelen over de integriteit van de individuele gelovige. Omdat alle mensen Gods wegen gaan bewandelen zal oorlog niet meer nodig zijn. Het centrum van deze nieuwe rechtvaardige wereld is Jeruzalem. Je zou het kunnen vergelijken met het Vredestribunaal in Den Haag. Sion en Jeruzalem als het centrum van rechtspraak en rechtvaardigheid.
Het scherpe contrast met het verhaal van Susanna is dat het hier niet gaat om vreemde overheersers die het recht misbruiken. Het gaat fout met gerespecteerde vrome joden. Er is in Babel een Joodse elite ontstaan die zich niet meer aan de wetten van Mozes houden maar hun eigen interpretatie voorrang geven. Waarbij onschuldigen schuldig gemaakt kunnen worden zonder dat zij zich kunnen verweren.

Wat ziet het er somber uit voor Susanna in de tuin van Jojakim. Ze weet dat ze klem zit en tussen twee kwaden zal moeten kiezen. Of toegeven aan de mannen en daarmee overspel plegen, wat een dodelijke zonde is. Of zich vals laten beschuldigen en daarvoor gestraft worden. Ze kiest ervoor om naar haar geweten te luisteren en haar geloof geeft haar daarbij kracht. Ook tijdens de vernederingen van de rechtszaak blijft ze vertrouwen op God. Pas wanneer ze ter dood veroordeeld wordt schreeuwt ze het uit en God verhoorde haar gebed.

Ergens tussen al die mensen die Susanna aan staan te gapen staat Daniel. Een jonge man die ook kijkt, die zijn mening wel gevormd zal hebben. Hij gaat pas iets gaat doen wanneer God hem een por geeft. De Heilige Geest werd wakker in hem en laat hem op de wijze van Salomo tot een oordeel komen. Pas wanneer de oudsten ieder een ander verhaal blijken te vertellen wordt duidelijk hoe vaak ze al onschuldigen hebben beschuldigd om aan hun trekken te komen. Uiteindelijk wordt over hen de straf voltrokken die zij voor Susanna bedoeld hadden.

Lang geleden leefde er een vrouw in Babel die lastig gevallen werd door twee oudsten terwijl zij zich onbespied waande in haar eigen tuin, haar paradijs. Een paar honderd jaar geleden leefde er een vrouw samen met een weduwnaar en kreeg een kind van hem. Hij schilderde haar op een manier die alle kritiek van de kerkenraadsleden de mond snoerde. Ook nu nog houdt Susanna ons een spiegel voor. Wij kijken en denken en vinden er iets van. Wij spelen een rol in het verhaal van God. Welke paden willen wij daarin bewandelen. Kennen wij zelfonderzoek? Schorten wij ons oordeel op?

Wie zijn wij Dopers uit de regio? Wij geloven dat wij als gemeentes samenkomen omdat wij ook een por gekregen hebben van God. In ons kan ook de Heilige Geest wakker gemaakt worden net als bij Daniel. De Geest zorgt ervoor dat wij ook nu nog in onze tijd de wegen en paden van God leren kennen. De helper die Jezus ons beloofd heeft, is de Geest die ons inspireert om goed te kijken en verantwoordelijkheid te nemen voor wat we zien en wat we daar mee doen. Als een eigentijdse Daniel worden we geïnspireerd om het gesprek aan te gaan met onze omgeving. Om niet als een voyeur van een afstandje de boel te bekijken maar om aanwezig te zijn. Laten wij onze rol in deze wereld accepteren en onze verantwoordelijkheid nemen om de ander die op onze weg komt liefdevol te bejegenen. Ooit leven wij nog lang en in vrede met elkaar.
Amen.

Twaalfjarige Jezus in de tempel

jarigejezus

Zusters en broeders,

Het beeld staat nog steeds op mijn netvlies gebrand. Ik was in de Bijenkorf in Amsterdam met mijn tweejarige zoontje om een jurkje uit te zoeken voor zijn oudere zus. In die paar tellen dat ik me omdraaide om de juist maat te pakken, had hij zich uit zijn buggy gewurmd en was weggelopen. Die aanblik van de lege buggy raak je als ouder niet meer kwijt. Dit verhaal kent gelukkig een goed afloop want deze jongen is opgegroeid tot een sterke slimme puber van bijna achttien, weliswaar met de littekens op zijn voorhoofd van de roltrap waar hij toen van afgevallen is. Hij blijft nu wel vaker langer weg dan afgesproken en dan slaat mij niet meer de angst om het hart zoals toen.

Zojuist hebben een paar kinderen afscheid genomen van de zondagschool omdat ze daar te groot voor geworden zijn. Ze gaan na de zomer naar de middelbare school en trekken steeds verder de wereld in. Als ouder, oma, opa, betrokken vriend of vriendin blijft het belangrijk om steeds opnieuw te kijken naar waar het kind mee bezig is. Om er werkelijk naar op zoek te gaan is niet altijd even makkelijk. Dan vraagt je om uit je eigen wereld te treden en je te begeven in zaken en ideeën die misschien niet de jouwe zijn. Want al lijken onze kinderen op ons, ze gaan hun eigen weg, volgen hun eigen hart.

Je losmaken van je ouders doe je idealiter wanneer je ergens tussen de 12 en 20 bent. Zelfs Jezus puberde, doordat Hij zijn eigen weg ging op het moment dat Hij twaalf was geworden. Uit Lucas lazen we het verhaal van de twaalfjarige Jezus die in Jeruzalem achterbleef, terwijl zijn ouders alweer naar huis waren gegaan na het Pesachfeest. Drie dagen lang wisten zij niet waar Jezus was. Als ouder word je dan toch gek van angst? Zijn ouders vonden Hem terug tussen de leraren in de tempel, terwijl Hij naar hen luisterde en vragen stelde. Ik kan me de reactie van zijn moeder levendig voorstellen: ‘Kind wat heb je ons aangedaan? Je vader en ik hebben met angst in het hart naar je gezocht!’ De reactie van Jezus is in feite hetzelfde antwoord als tieners geven: ‘Hoezo? Waar maak jij je druk om? Ik was gewoon aan het chillen met mijn vrienden.’

In Jezus woorden: ‘Waarom hebben jullie mij gezocht? Wisten jullie niet dat Ik bij mijn Vader moest zijn?’

Het zijn wat raadselachtige woorden. In het Grieks staat er letterlijk ‘de dingen van mijn vader’. Deze uitdrukking is vaak begrepen en vertaald als een aanduiding van de tempel als huis van God. Ik zou in deze context eerder denken aan Jezus’ toewijding aan Gods bedoeling met de mensen. Het zijn de eerste woorden die Lukas Jezus laat spreken in zijn evangelie, na uitspraken van de herders in de stal en van Simeon en Hanna in de tempel. Lukas laat Jezus hier zelf de betekenis van zijn optreden benoemen. Maar zijn ouders begrepen deze uitspraak niet. Hoe bekend is deze ervaring niet, hoe vaak spreken wij niet dezelfde taal maar praten volledig langs elkaar heen.

Maria’s reactie hebben we eerder gehoord: Ze bewaarde alles in haar hart. Hiermee legt Lukas opnieuw de verbinding met het geboorte verhaal. Het relaas eindigt met ‘Jezus ging met hen mee naar Nazaret en schikte zich naar hen. Jezus werd een wijs en volwassen man, die steeds meer in de gunst kwam bij God en de mensen. Eind goed al goed zou je kunnen zeggen als we niet beter zouden weten.

Zusters en broeders dit verhaal van Lucas is een legende! Belangrijke mensen krijgen een geboorteverhaal, en belangrijke mensen krijgen een wonderkindverhaal. Lukas volgt daarin de gewoonte van de oudheid. Van een twaalfjarig kleinkind van een Farao staat geschreven dat hij de Schriftgeleerden die hem onderwijzen moesten, overtrof in wijsheid en dat allen die hem hoorden zich verwonderden. En van de tienjarige Cyrus (Kores in bijbeltaal), later koning van de Perzen, gaat het verhaal dat hij als herderskind al speelde alsof hij koning was en zich groot maakte. Dat soort verhalen laten zien waar het bij de groten uit de geschiedenis om gaat. Zij vertellen alvast in het klein, waar het later in het groot op uit zal lopen. Ook Lukas doet dat: ook Jezus zal een koninkrijk vestigen, net als de Farao’s en de Perzische koningen. Maar dan anders. In het Rijk van Jezus gaat het niet om hem zelf, maar om ‘de dingen van zijn Vader’, om de nabijheid van God. Hij brengt met zijn wijsheid God weer terug bij de mensen.

Wat gebeurde er in de tempel? Allen die hem hoorden stonden versteld van zijn inzicht… Jezus was gevuld met de wijsheid van God, daarom raakt hij in gesprek met de leraren van Israël en zittend rondom de Torah, de Tien Woorden, leren zij van elkaar. En precies waar dat gesprek over gaat daar is God te vinden. God is waar de wijsheid is. Waar gesproken wordt en gediscussieerd, waar de vragen van het leven gesteld worden en antwoorden gezocht. Waar het geheim van het leven wordt overdacht, betwijfeld en beproefd. God is daar waar de aloude woorden van het bijbelse verhaal worden gespeld en herhaald en worden vertaald in wat mensen te doen staat. Niet dat we die woorden altijd snappen, ze gaan zo vaak ons begrip te boven. En toch, raakt het ons en laten we ons raken door die woorden, die wijsheid waarvan Jezus vervuld raakt en waarvan hij deelt gedurende zijn hele leven.

Dat is toch de reden waarom Jezus in Jeruzalem achterblijft en zijn ouders tot wanhoop drijft? Een intens verlangen om de grote woorden, de wijsheid van het bijbelse verhaal tot de zijne te maken. Hij vraagt en hij antwoordt, hij luistert en toont zijn inzicht, op zoek naar het goede, naar de werkelijke betekenis van liefde, naar God. Lukas vertelt tot twee keer toe, aan het begin van dit verhaal en aan het einde, dat Jezus groeit in wijsheid. Het is geen stoomcursus, de wijsheid van God in je opnemen, het betekent dat je het verlangen naar weten, naar woorden en betekenis van die woorden, levenslang voedt.

In Jezus Sirach lazen we over wijsheid, Sofia in het Grieks, die het hele gebied beslaat van menselijk kunnen. Wijsheid als de kunst  om overal alles van te weten. Voor de mens wil dat zeggen de kunst van het in vrede leven, met jezelf, je naaste, je buren, de wereld en God. In de hele bijbel wordt over wijsheid gesproken en Jezus Sirach geeft hier een samenvatting van al die schrift plaatsen. De wijsheid komt van God, Hij schenkt het vanuit zijn overvloed aan de mensheid, met namen aan hen die hem vrezen en liefhebben. Daarmee is de wijsheid meteen verbonden aan de Torah, de sleutel tot een goed leven is je houden aan Gods wetten. Met de schepping is de wijsheid in onze wereld gekomen. Wanneer je als mens in contact komt met wijsheid kom je in contact met iets goddelijks. Met de komst van Jezus verschuift da nadruk op het vrezen van God naar God liefhebben. God liefhebben is je openstellen voor verwondering, voor het ongrijpbare omdat God zich met ons bemoeit.

Onze rol als mens in deze wereld is proberen deze wereld te begrijpen vanuit ons geloof, om ons te laten confronteren en te reflecteren. Het is geen makkelijke taak maar van ons wordt gevraagd om Jezus te laten zijn waartoe hij gezonden is. Net zoals wij onze kinderen zien opgroeien om te worden wie zij bedoeld zijn. Dat is de les die Jozef en Maria moesten leren: die jongen Jezus, hij zal groeien en sterker worden en niet meer onder hun controle blijven. Ze kunnen niet blijven vragen, zoon wat heb je ons aangedaan, we waren zo ongerust? Want het gaat niet om onze ongerustheid. Jezus provoceert met zijn antwoord zijn ouders, hij relativeert hun ouderschap: Waarom hebben jullie mij gezocht? Het gaat niet om onze peace of mind of onze overtuigingen. Het gaat erom dat we in onze wereld de wijsheid van God te herkennen en te laten groeien. Om samen het leven dat ons geven is te vieren en niet voorbij te gaan aan de belangrijke momenten. Bij ons in de familie noemen we dat vlaggetjes planten. Even stil staan bij een gebeurtenis, prettig of verdrietig, en die te markeren, soms door samen te eten soms met taart en soms met een uitbundig feest.

Wijsheid kom je op het spoor door samen verhalen te horen en door te vertellen, woorden uit de bijbel of eigen gevonden woorden van levenswijsheid. Je hoeft het niet altijd te begrijpen ofte doorgronden maar voor het gesprek is niemand ooit te jong of te oud. Voor dit soort verhalen wordt je nooit te groot.
Amen

Wil jij wijzer worden van je eigen verhaal?

Gezocht

Voor het afstudeerproject van mijn opleiding Coachen in de transitionele ruimte bij de stichting Beschermjassen zoek ik nog wat mensen die een coaching traject (4 tot 6 sessies) bij mij aan willen gaan in de periode tussen mei-oktober 2015.

De eerste vijf nieuwe cliënten bied ik een korting van 15% op het hele traject.

Vertel me je verhaal…..

Welke keuzes heb jij gemaakt? Wat heeft je geraakt en veranderd? Hoe reageer je op omstandigheden? Ik ben benieuwd naar jouw verhaal.

De kracht van een verhaal is dat het steeds opnieuw verteld kan worden met nieuwe elementen erin die op dat moment belangrijk zijn. Een verhaal is geen dichtgetimmerde waarheid, het kleurt mee met de werkelijkheid die steeds verandert. Dat geeft verhalen een bijzondere kracht. Wanneer je echter ontregelt raakt doordat je steeds tegen dingen aanloopt in je privéleven of uit onvrede in je werk, gaat het vertellen haperen. Er vallen gaten en er kunnen hele stukken (on)bewust weggelaten worden.

VerhalenderWijs is mijn praktijk voor verhalend en bezielend coachen. Ik heb mijn praktijk zo genoemd omdat ik graag luister naar mensen en hun levensverhalen. Wanneer je verhaal niet meer verteld wordt of woorden te kort schieten kan ik helpen om op een diepere laag je drijfveren te verkennen en je intuïtieve wijsheid in te leren zetten. 

Met VerhalenderWijs bied ik coaching aan om te reflecteren op wat voor jou belangrijk is en waar je steeds aan voorbij gaat. Vanuit mijn theologische kennis en ervaring herken ik zingevingsvragen zonder dat dat die expliciet uitgesproken hoeven te worden. Bij bedrijven en instellingen staan dergelijke ethische of morele vragen tegenwoordig hoog op de agenda onder de noemer van normatieve professionaliteit.

Rouw & Trouw

De tweede poot onder mijn praktijk is het begeleiden van rituelen en vieringen bij begrafenissen en huwelijken. Mensen plaatsen de dingen die hen overkomen graag in een kader om er betekenis te geven. Mijn ervaring als predikant is dat ook mensen die zichzelf niet meer als kerkelijk beschouwen behoefte hebben aan een ritueel rondom belangrijke levensmomenten. VerhalenderWijs kan daar een bijzondere rol in spelen, in samenwerking met begrafenisondernemers en trouwambtenaren.

Ik sta je graag te woord om nadere uitleg te geven, bel mij (06-27042422) voor een oriënterend gesprek. Voor meer informatie verwijs ik graag naar mijn website VerhalenderWijs. Verder ben ik te vinden op LinkedInFacebook of Twitter.