Pinkster preek

pinksterpreek

Zusters en  Broeders,

Hoe zou onze maatschappij eruit zien als de Geest niet uitgestort was op het Pinksterfeest uit Handelingen? Geen grote Christelijke kerken, denk ik. Misschien wat kleine groepjes gelovigen die her en der in de wereld verscholen zijn. Groepen die weinig met elkaar te maken hebben en ieder hun eigen geloof verdedigen.
Het is dank zij de Geest met een hoofdletter dat wij hier als Doopsgezinde gemeente bij elkaar zijn. Met de nadruk op Doopsgezind. De eerste Dopers waren er van overtuigd dat de doop door de heilige Geest, met andere woorden het evangelie verstaan, vooraf gaat aan de waterdoop. Dat wil zeggen is dat je voor eerst geraakt moet worden door de Geest en je bewust worden van je leven zoals je dat tot dan toe geleefd hebt. Door het geloof wordt je een nieuwe mens en dan pas kun op grond van je belijdenis gedoopt worden. Zij maakten toen nog deel uit van de Hervormingsbeweging in Zurich. De grote scheiding kwam toen ze zich realiseerden dat juist door hun nieuwe geloofsopvatting niet meer uit de voeten kunnen met de kinderdoop. Daarom gingen ze over tot het her-dopen van volwassenen. De wederdopers streefden naar het stichten van een gemeente zoals die van de eerste christenen. Daarbij de waren de Bergrede en de brieven van Paulus een leidraad.

Vijf jaar geleden was ik in de meivakantie met mijn ouders en kinderen in Rome. Omdat dit voor de kinderen de eerste keer was hebben we ons vooral op de hoogtepunten geconcentreerd: Het Forum Romanum en het Colosseum uit de tijd van de Romeinse keizers. Het Vaticaan en de Engelenburcht als centrum van de macht van de Rooms-katholieke kerk. En tussendoor nog vele kerken, zuilen  en obelisken. En niet te vergeten prachtige paleizen en fonteinen in het Joodse getto. Wat de stad zo boeiend maakt is dat er steeds onderdelen van het ene gebouw gebruikt zijn voor het andere. Zo zijn stenen uit de Romeinse tempels gebruikt voor chrístelijke basilieken. En obelisken uit Egypte zijn gebruikt keizers en pausen te eren. Mij is de vergulde kooi het meeste bijgebleven in de pauselijke kerk waarin volgens de katholieke traditie de verschrompelde hoofden van de kerkstichters Petrus en Paulus bewaard zouden worden.

Hoe was de situatie Rome ten tijde van Paulus? Enerzíjds was er rond het begin van de jaartelling een grote joodse gemeenschap die God de Schepper vereerde in eigen synagogen in het getto. Daaromhéén bruiste de moderne Romeinse wereld vol afgoden en offer praktijken. Het Romeinse rijk streefde naar het verspreiden van de Pax Romana (vrede)en Justitia (gerechtigheid) voor de volkeren onder leiding van de goddelijke keizer. Anderzijds was er de prille christelijke gemeente. Die bestond uit heidenen die zich tot Christus bekeerd hadden en joden die hoewel christelijk nog steeds naar de synagoge gingen. Die twee groepen mengden slecht.
De Romeinse lezers van de brief van Paulus zaten in een bijzondere positie: klem tussen stad en synagoge. Hoe moesten ze zich verhouden tot de cultuur van Rome? En hoe tot de geschiedenis en de toekomst van Israël?

In zijn brief hoopt Paulus helderheid te verschaffen. Het evangelie verbindt de mensen met elkaar doordat we voor God gelijkwaardig zijn. Met de opstanding van Jezus Christus is een nieuw tijdperk ingegaan, die van het leiderschap van de Heilige Geest. De boodschap van het evangelie is dat door de tussenkomst van Christus het heil van God niet meer beperkt is tot één volk. Het is juist openbaar geworden voor allen die het willen horen. Dankzij dat ene Pinksterfeest kan iedereen het evangelie in zijn eigen taal verstaan.

Oorspronkelijk was Pinksteren het feest van het begin van de oogst, ingesteld door Mozes op verzoek van God. In de Joodse uitleg staan de pinkstervlammen voor het verbond met God, zoals bij de brandende braamstruik, en het ontvangen van de wet. Die wet is voor de Joden de bevestiging van het verbond. Door je te houden aan de wet wordt je een rechtvaardige voor God. Voor veel Joodse christenen in de tijd van Paulus was het daarom vanzelfsprekend dat elke bekeerde heiden zich volgens de wet moet laten besnijden om deel te krijgen aan het Heil. Paulus verzet zich hier fel tegen. Volgens hem is dankzij de Geest een vrije toegang tot God ontstaan. Zijn verzet had hem onder zijn volksgenoten een slechte naam gegeven omdat hij de wet zou willen afschaffen.

Paulus zou dolgraag zelf de gemeente in Rome, in het centrum van de toenmalige wereld, door zendingswerk gesticht hebben. Zo was het niet gegaan. Er was in Rome al een gemeente ontstaan terwijl hij nog door Azië reisde. Paulus had ook nog de pech dat hij slechte naam had bij een deel van de Romeinse christenen. In zijn brief wilde hij een weg te effenen voor zijn komst naar Rome, op doorreis naar Spanje. Tegelijkertijd probeerde hij zijn lezers duidelijk te maken wat de essentie van het evangelie van Jezus Christus. De basiskennis bezaten ze al, Paulus zette al schrijvende zijn puntjes op de i! Het was zijn levensmissie om de het geloof in God te realiseren onder de heidenen. Geïnspireerd door de Geest van Pinksteren. Immers wie gelooft maakt deel uit van Gods heilsplan. Het onderscheid tussen Jood, Griek, Romein of Aziaat bestond niet meer. En toch, schreef Paulus, wees er bewust van dat dit geen vrijbrief is voor wetteloosheid. Noch om jezelf op de borst te slaan dat je een betere gelovige bent. Alle groepen moeten leren samenwerken in de gemeente.

Paulus wil niet de Romeinse vrede en gerechtigheid voor alle volken promoten maar Gods gerechtigheid. Want die is zonder veroveringen en onderdrukking beschikbaar voor alle volken… zolang zij bereid zijn om te gehoorzamen aan het evangelie. Gods Geest geeft vrijheid zegt Paulus verderop in zijn brief. Deze vrijheid staat ver af van vrijblijvendheid en onverschilligheid. Onze vrijheid, waarin de Geest van God zo‘n belangrijke rol speelt, ligt stevig verankerd in de richtlijnen die we van Gods wege gekregen hebben.

Want in tegenstelling tot wat boze tongen beweerden schafte Paulus de wet niet af. Gods geboden blijven noodzakelijk om de grenzen van de ethiek aan te geven. Hij leert ons echter een hele andere manier van omgaan met de wet. De gerechtigheid van God wordt in het Oude testament betrokken op de hele mens en zijn welzijn. De Romeinse rechtsopvatting daarentegen is gebaseerd op de gedachte dat de mens ontvangt wat hem toekomt, beloning of straf. Ons rechtssysteem is nog steeds op dit principe gebaseerd. God geeft de mens niet wat hem of haar als beloning of straf toekomt. God geeft de mens zijn bestaansgrond zoals Hij met zijn verbond beloofd heeft. Dit kun je geloven of niet! Deze goddelijke gerechtigheid bewerkt een wezenlijke verandering in de mens. Door uit geloof te leven of door zoals de eerste Dopers zeiden een nieuwe mens te zijn, wordt je rechtvaardig. Dan hou je je aan de wet omdat je eenmaal die keuze gemaakt hebt.

Het Pinksterverhaal maakt het ons extra duidelijk: hier wordt verteld hoe verschillende mensen zich allemaal op hun eigen manier door God aangeraakt worden. Hoe verschillend we ook in het leven staan, hoe anders we ons geloof ook vormgeven, God spreekt ons aan. De verschillen die wij vaak ervaren en benadrukken als tegenstellingen, worden door Gods Geest tot een eenheid gemaakt. God biedt ons de ruimte om op onze manier ons leven en ons geloof vorm te geven. Hij laat ons daarin niet aan ons lot over. We raken steeds weer gevangen in angsten, door bange vermoedens, door hoogmoedigheid, door valse bescheidenheid, door alles wat ons beperkt en klein houdt. De Geest van God doorbreekt dat. Wanneer de Geest ons in vuur en vlam zet komen we in beweging en inspireren we anderen met ons aanstekelijke geloof. Wanneer steeds meer mensen gaan opstaan en in alle vrijheid hun leven inrichten dan geven wij het evangelie door.

Als een windvlaag, telkens verder, als een vloedgolf met elkaar
golft de Geest door heel de wereld, dan weer hier en dan weer daar.
Mensen worden bewogen.
Mensen zien elkaar weer staan.
Mensen raken bevlogen om geestdriftig door te gaan.

Amen

Twaalfjarige Jezus in de tempel

jarigejezus

Zusters en broeders,

Het beeld staat nog steeds op mijn netvlies gebrand. Ik was in de Bijenkorf in Amsterdam met mijn tweejarige zoontje om een jurkje uit te zoeken voor zijn oudere zus. In die paar tellen dat ik me omdraaide om de juist maat te pakken, had hij zich uit zijn buggy gewurmd en was weggelopen. Die aanblik van de lege buggy raak je als ouder niet meer kwijt. Dit verhaal kent gelukkig een goed afloop want deze jongen is opgegroeid tot een sterke slimme puber van bijna achttien, weliswaar met de littekens op zijn voorhoofd van de roltrap waar hij toen van afgevallen is. Hij blijft nu wel vaker langer weg dan afgesproken en dan slaat mij niet meer de angst om het hart zoals toen.

Zojuist hebben een paar kinderen afscheid genomen van de zondagschool omdat ze daar te groot voor geworden zijn. Ze gaan na de zomer naar de middelbare school en trekken steeds verder de wereld in. Als ouder, oma, opa, betrokken vriend of vriendin blijft het belangrijk om steeds opnieuw te kijken naar waar het kind mee bezig is. Om er werkelijk naar op zoek te gaan is niet altijd even makkelijk. Dan vraagt je om uit je eigen wereld te treden en je te begeven in zaken en ideeën die misschien niet de jouwe zijn. Want al lijken onze kinderen op ons, ze gaan hun eigen weg, volgen hun eigen hart.

Je losmaken van je ouders doe je idealiter wanneer je ergens tussen de 12 en 20 bent. Zelfs Jezus puberde, doordat Hij zijn eigen weg ging op het moment dat Hij twaalf was geworden. Uit Lucas lazen we het verhaal van de twaalfjarige Jezus die in Jeruzalem achterbleef, terwijl zijn ouders alweer naar huis waren gegaan na het Pesachfeest. Drie dagen lang wisten zij niet waar Jezus was. Als ouder word je dan toch gek van angst? Zijn ouders vonden Hem terug tussen de leraren in de tempel, terwijl Hij naar hen luisterde en vragen stelde. Ik kan me de reactie van zijn moeder levendig voorstellen: ‘Kind wat heb je ons aangedaan? Je vader en ik hebben met angst in het hart naar je gezocht!’ De reactie van Jezus is in feite hetzelfde antwoord als tieners geven: ‘Hoezo? Waar maak jij je druk om? Ik was gewoon aan het chillen met mijn vrienden.’

In Jezus woorden: ‘Waarom hebben jullie mij gezocht? Wisten jullie niet dat Ik bij mijn Vader moest zijn?’

Het zijn wat raadselachtige woorden. In het Grieks staat er letterlijk ‘de dingen van mijn vader’. Deze uitdrukking is vaak begrepen en vertaald als een aanduiding van de tempel als huis van God. Ik zou in deze context eerder denken aan Jezus’ toewijding aan Gods bedoeling met de mensen. Het zijn de eerste woorden die Lukas Jezus laat spreken in zijn evangelie, na uitspraken van de herders in de stal en van Simeon en Hanna in de tempel. Lukas laat Jezus hier zelf de betekenis van zijn optreden benoemen. Maar zijn ouders begrepen deze uitspraak niet. Hoe bekend is deze ervaring niet, hoe vaak spreken wij niet dezelfde taal maar praten volledig langs elkaar heen.

Maria’s reactie hebben we eerder gehoord: Ze bewaarde alles in haar hart. Hiermee legt Lukas opnieuw de verbinding met het geboorte verhaal. Het relaas eindigt met ‘Jezus ging met hen mee naar Nazaret en schikte zich naar hen. Jezus werd een wijs en volwassen man, die steeds meer in de gunst kwam bij God en de mensen. Eind goed al goed zou je kunnen zeggen als we niet beter zouden weten.

Zusters en broeders dit verhaal van Lucas is een legende! Belangrijke mensen krijgen een geboorteverhaal, en belangrijke mensen krijgen een wonderkindverhaal. Lukas volgt daarin de gewoonte van de oudheid. Van een twaalfjarig kleinkind van een Farao staat geschreven dat hij de Schriftgeleerden die hem onderwijzen moesten, overtrof in wijsheid en dat allen die hem hoorden zich verwonderden. En van de tienjarige Cyrus (Kores in bijbeltaal), later koning van de Perzen, gaat het verhaal dat hij als herderskind al speelde alsof hij koning was en zich groot maakte. Dat soort verhalen laten zien waar het bij de groten uit de geschiedenis om gaat. Zij vertellen alvast in het klein, waar het later in het groot op uit zal lopen. Ook Lukas doet dat: ook Jezus zal een koninkrijk vestigen, net als de Farao’s en de Perzische koningen. Maar dan anders. In het Rijk van Jezus gaat het niet om hem zelf, maar om ‘de dingen van zijn Vader’, om de nabijheid van God. Hij brengt met zijn wijsheid God weer terug bij de mensen.

Wat gebeurde er in de tempel? Allen die hem hoorden stonden versteld van zijn inzicht… Jezus was gevuld met de wijsheid van God, daarom raakt hij in gesprek met de leraren van Israël en zittend rondom de Torah, de Tien Woorden, leren zij van elkaar. En precies waar dat gesprek over gaat daar is God te vinden. God is waar de wijsheid is. Waar gesproken wordt en gediscussieerd, waar de vragen van het leven gesteld worden en antwoorden gezocht. Waar het geheim van het leven wordt overdacht, betwijfeld en beproefd. God is daar waar de aloude woorden van het bijbelse verhaal worden gespeld en herhaald en worden vertaald in wat mensen te doen staat. Niet dat we die woorden altijd snappen, ze gaan zo vaak ons begrip te boven. En toch, raakt het ons en laten we ons raken door die woorden, die wijsheid waarvan Jezus vervuld raakt en waarvan hij deelt gedurende zijn hele leven.

Dat is toch de reden waarom Jezus in Jeruzalem achterblijft en zijn ouders tot wanhoop drijft? Een intens verlangen om de grote woorden, de wijsheid van het bijbelse verhaal tot de zijne te maken. Hij vraagt en hij antwoordt, hij luistert en toont zijn inzicht, op zoek naar het goede, naar de werkelijke betekenis van liefde, naar God. Lukas vertelt tot twee keer toe, aan het begin van dit verhaal en aan het einde, dat Jezus groeit in wijsheid. Het is geen stoomcursus, de wijsheid van God in je opnemen, het betekent dat je het verlangen naar weten, naar woorden en betekenis van die woorden, levenslang voedt.

In Jezus Sirach lazen we over wijsheid, Sofia in het Grieks, die het hele gebied beslaat van menselijk kunnen. Wijsheid als de kunst  om overal alles van te weten. Voor de mens wil dat zeggen de kunst van het in vrede leven, met jezelf, je naaste, je buren, de wereld en God. In de hele bijbel wordt over wijsheid gesproken en Jezus Sirach geeft hier een samenvatting van al die schrift plaatsen. De wijsheid komt van God, Hij schenkt het vanuit zijn overvloed aan de mensheid, met namen aan hen die hem vrezen en liefhebben. Daarmee is de wijsheid meteen verbonden aan de Torah, de sleutel tot een goed leven is je houden aan Gods wetten. Met de schepping is de wijsheid in onze wereld gekomen. Wanneer je als mens in contact komt met wijsheid kom je in contact met iets goddelijks. Met de komst van Jezus verschuift da nadruk op het vrezen van God naar God liefhebben. God liefhebben is je openstellen voor verwondering, voor het ongrijpbare omdat God zich met ons bemoeit.

Onze rol als mens in deze wereld is proberen deze wereld te begrijpen vanuit ons geloof, om ons te laten confronteren en te reflecteren. Het is geen makkelijke taak maar van ons wordt gevraagd om Jezus te laten zijn waartoe hij gezonden is. Net zoals wij onze kinderen zien opgroeien om te worden wie zij bedoeld zijn. Dat is de les die Jozef en Maria moesten leren: die jongen Jezus, hij zal groeien en sterker worden en niet meer onder hun controle blijven. Ze kunnen niet blijven vragen, zoon wat heb je ons aangedaan, we waren zo ongerust? Want het gaat niet om onze ongerustheid. Jezus provoceert met zijn antwoord zijn ouders, hij relativeert hun ouderschap: Waarom hebben jullie mij gezocht? Het gaat niet om onze peace of mind of onze overtuigingen. Het gaat erom dat we in onze wereld de wijsheid van God te herkennen en te laten groeien. Om samen het leven dat ons geven is te vieren en niet voorbij te gaan aan de belangrijke momenten. Bij ons in de familie noemen we dat vlaggetjes planten. Even stil staan bij een gebeurtenis, prettig of verdrietig, en die te markeren, soms door samen te eten soms met taart en soms met een uitbundig feest.

Wijsheid kom je op het spoor door samen verhalen te horen en door te vertellen, woorden uit de bijbel of eigen gevonden woorden van levenswijsheid. Je hoeft het niet altijd te begrijpen ofte doorgronden maar voor het gesprek is niemand ooit te jong of te oud. Voor dit soort verhalen wordt je nooit te groot.
Amen

De zaaier

zaaier

Jeremia 17:5-10, Marcus 4: 1-20. Aalsmeer 7 februari 2010

Zusters en broeders,

Jesaja schetst een prachtig beeld, met grootse gebaren spreekt hij over een nieuw verbond. Kom er maar bij, hier is water. Heb je hoger, kom maar hier, hier is gratis voedsel. Hij snapt wel dat mensen met droge monden en lege magen niet kunnen luisteren die zijn maar met een ding bezig hoe kom ik aan water en brood voor de volgende dag. Jesaja deelt ruimhartig uit. Kom maar hier en na een overvloedig maal, kun je luisteren Luister dan, open je oren voor wat ik jullie namens God te vertellen heb. luister en vertel het verder, aan je broer, aan je kind of aan je buurvrouw, aan ieder die het horen wil.
Vele jaren later was er weer een man die de mensen eten gaf en verhalen vertelde. Jezus sprak met behulp van beelden die weliswaar zo bekend zijn dat je geneigd bent te denken ach dat weet ik wel. Zoals een moeder soms ‘nou daarom’ zegt tegen de zoveelste waaromvraag van haar kind. Maar Jezus’ gelijkenissen verlopen net even anders dan je verwacht en leren ons om geen genoegen meer te nemen met een simpel ‘daarom’.
De gelijkenis van de zaaier is een van die bekende gelijkenissen die graag op op school en zondagschool verteld worden. Er zijn allerlei manieren om deze gelijkenis uit te leggen. Hierover is in de loop der eeuwen veel gediscussieerd onder bijbel wetenschappers. Soms wordt het uitgelegd als een allegorie, dan weer wordt de blik gericht op een aspect, bij voorbeeld de diverse soorten aarde.  Een overeenkomst is wel dat de gelijkenis verwijst naar het Koninkrijk van God.
De gelijkenis moet ons prikkelen en oproepen tot vragen en ons aanzetten om te horen. Daarom begint en eindigt het verhaal met de oproep tot horen: het woord van God wil gehoord worden. Mattheus toont ons Jezus als een Jesaja, daarmee plaatst hij het optreden van Jezus bewust in de lijn van de grote profeten van het oude testament. Wie oren om te horen heeft die mag vertrekken in vreugde en terugkeren, beladen met de goede opbrengst, met vrede. Gods Woord keert niet vruchteloos terug zegt Jesaja. Integendeel bergen en heuvels zullen juichen en bomen in hun handen klappen. Het lijkt wel een sprookje zo mooi als de toekomst hier geschetst wordt.
Ook lazen we uit Mattheus waar, met dezelfde grootse gebaren, werd gezaaid. Graankorrels die opkomen in halmen en vrucht dragen. Het graan vermalen kan worden tot brood om hongerige monden te voeden. Opnieuw klinkt hier de oproep om te horen, om te luisteren naar een verhaal.

Dit verhaal, dat ook wel de gelijkenis van de goede aarde wordt genoemd, werd door Jezus verteld aan een grote mensenmassa om hem heen. Mensen van allerlei slag, huidskleur en geaardheid die met open mond staat te luisteren naar wat Jezus hun voorhoudt. Ziet u dit plaatje voor zich? Wat nu, de wereld die Jezus hier schetst is lang niet zo mooi en vredig als die van Jesaja? Er is onkruid, onvruchtbare grond, vogels die komen pikken van de zaadjes.
Op zich schetste Jezus een vertrouwd beeld, het dagelijkse bestaan van de boeren die hard moesten ploeteren op stenige akkers, in een klimaat van natte winters en hete droge zomers. Waar alleen planten, die diep geworteld waren, voldoende vocht konden vasthouden en vrucht dragen. In het oude Testament staat het beeld van de wortel voor kracht en standvastigheid in het geloof. Zoals Jeremia zegt: Gezegend is de man die op de Heer vertrouwt, hij zal zijn als een boom, aan het water geplant, die zijn wortels tot aan een beek uitslaat, en het niet merkt als er hitte komt, maar het loof blijft groen, in een jaar van droogte heeft hij geen zorg en blijft vrucht dragen.
Een ander bekend probleem voor de boeren waren de distels en andere stekelplanten, die de wortels van de gewassen verstikten. Terwijl dit onkruid in tijden van droogte weer uitstekende brandstof opleverde. De oud oosterse mens was, meer dan wij ons als moderne, westerse mensen kunnen indenken, er diep van overtuigd dat zaaien en oogsten een wonder uit de hand van God is. Deze gelijkenis laat zien dat de mens deel uitmaakt van de werkelijkheid van God. Gods woord horen en ernaar handelen gaan samen op. God’s nabijheid ervaren is geen zaak van het aannemen van door mensen gemaakte leerstukken, het gaat meer om een wijze van leven. De gelijkenis kan een manier zijn om door onze werkelijkheid heen te prikken om de bedoeling van God te kunnen zien.

Meer lezen

Bruiloft in Kana

1 Koningen 17: 15-18, 22-24, Johannes 2: 1-12.

Zusters en broeders,
Wat bezielde Maria om dit van Jezus te vragen? Wat verwachtte ze, dat hij een wonder zou doen? Wat moeten we met dit wonderlijke gesprek tussen moeder en zoon waar veel commentaren mee worstelen om er nog iets van te maken. Het is belangrijk om het niet te zien als een stekelig familieonderonsje waarbij de zoon zich losmaakt van de bemoeizuchtige moeder.

In het verhaal van Johannes was Jezus te gast bij een huwelijk. De vrienden van de bruidegom halen ‘s avonds in een optocht met fakkels de bruid op in haar vadershuis en brengen haar naar het huis van de bruidegom. Daar zit iedereen aan het bruiloftsmaal, het feest dat volgt zal maximaal zeven dagen duren. Het is de verantwoordelijkheid van de bruidegom dat er voldoende wijn aanwezig is voor al die dagen. Wanneer hij in gebreke blijft, kan hij zelfs voor de rechter gesleept worden. Het spant er echter wel om, of dit inderdaad zal ‘geschieden’. Wanneer de wijn op blijkt te zijn. En wijn is in de Bijbel de drank van het Koninkrijk. Zo is het eerste wat Noach doet, wanneer hij na de zondvloed voet aan land zet, een wijngaard planten, brengen de verspieders, die het beloofde land verkennen, een enorme tros druiven mee en spreekt de profeet Amos over het komende Rijk van God in termen van ‘dan zullen de bergen druipen van jonge wijn’. De wijn is op, te Kana in Galilea. Er lijkt iets te haperen waardoor het feest van het Koninkrijk niet door kan gaan. Het feest zal waarschijnlijk stoppen en misschien zal het huwelijk niet door gaan. Gelukkig voor onze bruidegom is zijn tante Mária, de weduwe van Jozef op het feest.

Maria, de moeder van Jezus, is degene die de mensen dan op Jezus wijst. Zij heeft in dit verhaal de rol van een voorgangster, ook al lijkt het alsof Jezus afstand van haar neemt door tegen haar te zeggen: ‘Vrouw, wat heb Ik me u van node?’ Mogelijk wil Johannes hiermee benadrukken, dat Jezus zich in dit eerste openbare optreden meer een zoon van zijn Vader dan van zijn moeder betoont.

Kunt u dit voor zich zien, het benevelde gezelschap aan tafel. Maria merkt, als enige, dat de wijn opraakt, terwijl het feest nog maar nauwelijks aan de gang is. Zij is als weduwe gewend om op haar oudste zoon te steunen en doet een beroep op hem, Jezus luister eens even, de wijn raakt op. Bespaar onze familie de schande, doe wat. Wat verwacht ze van Hem? Dat Jezus onmiddellijk zijn creditkaart trekt en naar de dichtstbijzijnde Gall en Gall rent of rekent ze op een wonder? Hoe dan ook Maria verwacht iets van Jezus, en hij geeft haar een uiterst merkwaardig antwoord. Letterlijk zegt hij zelfs ‘wat is er tussen jou en mij?’, vaak vertaald met ‘bemoei je er niet mee.’

Meer lezen

Pasen

preekpasen1Johannes 6: 1-15

De bewegingen van het licht van Hans Andreus

Zusters en broeders,

De Heer is waarlijk opgestaan!
In Trouw stond woensdag met een grote kop een uitspraak van mijn collega-dominee uit Amsterdam, Henk Leegte: ‘Baby is leuker dan man aan het kruis’ ofwel aan Kerstmis hechten mensen meer religieuze waarde dan aan Pasen. Een geboorte spreekt voor zichzelf als een nieuw begin, maar dat Pasen het eigenlijke nieuwe begin is, is een stuk lastiger te duiden.
Het gaat met Pasen om meer dan een dode die weer levend geworden is zoals Lazarus, want die stierf uiteindelijk toch. Pasen is het feest van de Opstanding, een vorm van leven die door de dood heengaat, waar de dood geen grip op heeft. Het mooiste beeld daarvoor vinden we bij Paulus als hij vertelt over de graankorrel die in de aarde gestopt wordt en moet sterven om weer opnieuw te kunnen ontkiemen en tot volle wasdom te komen. Sterven om nieuw leven te krijgen is de Christelijke verbeelding van Pasen. Of we nu spreken over: het offer, of het Lam Gods dat de zonden van de wereld wegneemt òf over het Brood des levens. We blijven met beelden cirkelen om dat ene wonderlijke feit: de Heer is waarlijk opgestaan! Het kind dat met Kerst in de broodbak gelegd werd in het broodhuis Bethlehem is nu werkelijk het levende brood geworden! Jezus heeft zichzelf gedeeld als brood voor zijn leerlingen, opdat ze met Hem verbonden zouden blijven door de dood heen.

Vanmorgen wil ik U met behulp van de woorden ‘licht en brood’ vertellen over Pasen. Dat lijkt een wonderlijke combinatie, het eerste licht en het brood des levens, maar ja: bedenk dan dat zonder licht niets kan groeien en zonder voedsel is er geen leven mogelijk. Dus het eerste licht en het brood des levens horen bij elkaar. Zoals wij brood nodig hebben om te leven, zo symboliseert Jezus zichzelf als het broodnodige voedsel om eeuwig te leven. Hij is het leven en schenkt het eeuwige leven aan iedereen die in Hem gelooft. Vanmorgen vertelde Johannes hoe Jezus tot de Joden sprak over het brood des levens en zij vroegen zij Hem: ‘Heer, geef ons altijd dit brood’. Hoe letterlijk moeten we dit nemen? Jezus als ons brood? Johannes geeft ons echter een beeld, waardoor duidelijk wordt wie Jezus is.

Meer lezen

Opstaan

opstaanGenesis 32: 20- 33: 4 en Lucas 18: 1-8

Zusters en broeders,

Nelson Mandela heeft eens gezegd, dat het meest glorieuze moment van het leven niet het vallen is maar het weer opstaan. Deze woorden kwamen bij me op toen ik hoorde van het jaarthema. Voorzichtig gezegd is het best een ambitieus thema, en in de map wordt het vooral gekoppeld aan opstandig zijn in de wereld. Opstaan tegen de machten die overheersen. Zo was Mandela een groot voorbeeld voor al die mensen die in opstand kwamen tegen apartheid en ander onrecht dat recht gepraat werd door de machthebbers en evengoed ook door kerkelijke leiders. Tegelijkertijd doet het woord opstandig me steeds denken aan de worsteling van Jacob aan de Jabbok. Jacob worstelt met God, met zijn broer, met zijn verleden en zijn geweten en in die worsteling valt hij meermalen. Het is een worsteling die haast verstikkend werkte. Een worsteling die voortkomt uit het verlangen naar de ander, omdat je weet dat het daar veilig is. Maar tegelijkertijd is het een worsteling waarbij je elkaar vloert. Zo’n worsteling gaat niet zomaar aan een mens voorbij. En Jacob staat weer op. Hij is niet zonder littekens uit het gevecht gekomen; hij is mank. Hij is gehavend. Toch is dit een glorieus moment, in de woorden van Mandela, omdat hij is ópgestaan.

Jacob heeft heel wat met zichzelf uit te vechten voor hij met de nodige schroom zijn broer Esau durft te benaderen. Hij lang niet zo zeker van zijn zaak als hij voordoet en stuurt uitgebreide relatiegeschenken vooruit. Jacob leeft met de onzekerheid of Esau nog steeds kwaad is om wat hij allemaal heeft uitgehaald. Hoe zou Esau hierin staan, zit hij nog treuren om zijn broertje, die het zo achter de ellenbogen heeft? Zou de gunst en de liefde van Esau net zo makkelijk af te kopen zijn zoals zijn eerstgeboorterecht met een bord linzen? Je zou kunnen stellen dat Esau goede papieren heeft om zich niet te verzoenen, omdat zijn broertje hem zo verschrikkelijk belazerd heeft De stem van zijn hongerige maag klonk luider dan die van de plicht. Misschien dat Esau minstens zo boos is op zichzelf om zijn goedgelovigheid en dat hij dit afreageert op Jacob.

Grote conflicten kunnen omstaan door gekwetste trots, of de nationale eer de schade berokkend is. Is zo’n ruzie met je broer dan af te kopen met een mooie plant of een dure fles wijn? De grote verrassing in dit bijbelse verhaal is de reactie van Esau. Hij ontvangt zijn broer met open armen en wil geen van de vooruit gestuurde geschenken aan nemen. Geen spoor van boosheid of rancune, maar een dikke kus krijgt Jacob.

Meer lezen

Oudejaarsdienst

Genesis 2, Jeremia 17: 7-10 Openbaring 22: 1-5.

Zusters en broeders,

Over vier uur zal het vuurwerk losbarsten en knallen de champagnekurken. Mensen vallen elkaar in de armen, wensen elkaar een gelukkig nieuw jaar, de telefoonlijnen zijn weer ouderwets overbelast en de straten overvol. Zo ziet het eruit wanneer we de plaatjes in de tijdschriften mogen geloven en de beelden in de film. Dan is de overgang van Oudejaarsavond naar Nieuwjaar het mooiste moment van het jaar. In de kerk vieren we Oud en Nieuw eigenlijk al voor het begin van advent bij het nieuwe kerkelijke jaar, of eerder nog de startzondag in september. Op je verjaardag start een nieuw levensjaar… ik kan nog eindeloos doorgaan met deze opsomming.

Tegelijkertijd ik vraag me af, van welk oud gaan we naar welk nieuw? In de natuur zie je een duidelijke cyclus, planten groeien op uit zaad, bloeien, geven vrucht en sterven weer af. In de bijbel wordt er gesproken over een boom die eeuwig groen blijft, die in tegenstelling tot de levensloop de mens, het eeuwige leven heeft. De boom komt al voor in Genesis het eerste Bijbelboek en wordt opnieuw geplant in de Openbaring van Johannes in het laatste boek. Deze bijzondere boom heeft de bijnaam gekregen van de levensboom. In West Friesland, waar ik begonnen ben als dominee heb je veel boerderijen met boven de voordeur, die overigens alleen bij een trouwerij of een begrafenis gebruikt wordt, een prachtige gietijzeren levensboom. De levensboom is een universeel symbool in alle culturen en mythes komt je hem tegen. De altijd groene boom heeft iets magisch. Door het blijvende groen lijkt het alsof die boom de wisseling der tijden kan doorstaan en geen deel heeft aan het opgaan, blinken en verzinken van al het aardse leven.

Meer lezen