Toekomstmuziek

toekomstmuziekNaar aanleiding van het nieuwe jaarthema ‘toekomstmuziek’ willen we nu gaan kijken naar toekomstvisioenen uit de bijbel.

Zodra ik over het thema hoorde begon meteen in mijn hoofd het liedje te zingen:
Nu gaan de bloemen nog dood, nu gaat de zon nog onder. En geen mens kan zonder water en zonder brood.
Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw, de hemel en de aarde (2x).


Dit is gebaseerd op de tekst uit de Openbaring van Johannes, hoofdstuk 21: 1-5:
‘Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. De tegenwoordige hemel en aarde waren er niet meer. En ook de zee was verdwenen. Ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, van God uit de hemel neerdalen. Zij zag er feestelijk uit, als een bruid die zich voor haar man heeft mooi gemaakt. Ik hoorde een luide stem uit de troon zeggen: Gods huis staat nu bij de mensen! Hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volk zijn, en Hij zal zelf bij hen zijn. Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen en er zal geen dood meer zijn. Van verdriet, van rouw en pijn zal geen sprake meer zijn. Dat hoort allemaal bij de oude wereld en die is voorgoed voorbij. Hij die op de troon zat, zei: Ik maak alles nieuw.’

Zoals de eerste bladzijden van de bijbel beginnen met een paradijselijke situatie, zo eindigt de bijbel daar ook mee. In het begin heet het: En zie, het was zeer goed. Aan het eind klinkt er: En zie, het is alles nieuw geworden. Het boek Openbaring eindigt met een beschrijving van de toekomst in zulke mooie woorden dat die bij mensen die het horen een verlangen oproepen: Was het maar zover! Zo leerde ik op zondagschool zingen ‘stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw’. Maar op een gegeven moment kwam ter sprake dat we ons helemaal niet konden vinden in de tekst ‘stil maar, wacht maar’…. en we maakten er ‘stil maar, werk maar’ van. Terwijl ik nu zit te schrijven besef ik dat hoe troostend de tekst uit Openbaring ook is, en of we nu deze wel of niet letterlijk geloven, ik me afvraag waarom we opgeroepen worden om stil te wachten of te werken. Dopers noemen zich graag de stillen in den lande. Zullen we dit jaar eens die stilte verbreken en de toekomstmuziek letterlijk nemen? Hardop zingen, dromen, praten en leren?Helaas zullen we blijven zingen dat nu de bloemen nog dood gaan, en dierbare mensen, dat we niet kunnen leven zonder water en brood, al zijn de voorraden niet eerlijk verdeeld over de wereld. Maar we mogen wel het refrein uit volle borst herhalen: ‘Zing maar, werk maar, alles wordt nieuw, de hemel en de aarde!’

Titus

titus1Titus 3:4-7

Maar toen zijn de goedheid en mensenliefde van God, onze redder, openbaar geworden en heeft hij ons gered, niet vanwege onze rechtvaardige daden, maar uit barmhartigheid. Hij heeft ons gered door het bad van de wedergeboorte en de vernieuwende kracht van de heilige Geest, die hij door Jezus Christus, onze redder, rijkelijk over ons heeft uitgegoten. Zo zijn wij door zijn genade als rechtvaardigen aangenomen en krijgen we deel aan het eeuwige leven waarop we hopen.

We zijn met elkaar op weg naar Pasen. In de diensten lezen we over de bevrijding van de Israëlieten uit Egypte. De doortocht door de Schelfzee werd door hen beleefd als de verlossing bij uitstek. Daar hield het niet op, God trok met zijn volk mee de woestijn in. Gaf hen in de vorm van een wolk of een vuurkolom de richting aan, waar zij heen moesten.
Ons geloof begint met een ontmoeting met God, in Jezus Christus. Om vrij te worden moeten wij ook door water gaan, het bad van wedergeboorte waar Titus over spreekt. Toentertijd was het gebruikelijk om de tijd voor je bekering aan te duiden met slavernij. Geraakt worden door de Heilige Geest is een erva­ring van bevrijding. Het bad der wedergeboorte is de doop, een  teken dat een mens zich innerlijk en uiterlijk vernieuwd voelt. Titus waarschuwt, dit gebeurt je niet op grond van je verdiensten. Dus wij mogen nooit op ons geloof laten voor­staan. Het kernbegrip barmhartigheid van God, die bepaald onze houding tegenover onze medemensen. Door onze medemensen net zo te behandelen als God met ons doet, trachten we God zichtbaar te maken in deze wereld.
Ondanks het feit dat God lang niet altijd zichtbaar is voor ons, wij willen toch dat be­vrijdingsfeest, Pasen, vieren. Want geloven is hoop hebben dat het anders kan; geloven is een werkwoord, het sluit altijd een ander in.

Wij hoeven niet allemaal op dezelfde manier te verwoorden hoe te geloven, laten we elkaar vooral niet verketteren of buiten de kerk plaatsen vanwege ongeloof. Kunnen we elkaar aanvaarden zoals wij zijn? Herkennen we bij de ander de bevrijding, de vernieuwing?
Hoe geven we dat gestalte in het dagelijks leven? Nu we niet begeleid worden door een wolk of een vuurkolom wil dat toch niet zeggen dat wij ons niet door God of geloof geleid voelen. De geest staat ons bij en we kunnen bij elkaar steun zoeken. Samen maken wij ons sterk voor Gods toekomst. Ik wens u inspirerende Paasdagen toe.

 

 

Op weg gaan

In de bijbel gaat het nogal eens over ‘op weg gaan’. Abraham trekt uit om op weg te gaan naar het land dat God hem wijzen zal. Israël trekt weg uit Egypte en gaat op weg naar het beloofde land. Lucas vertelt het verhaal van Jezus als een reisverhaal. In Handelingen noemt hij de christenen ‘mensen van de weg’.

Haggaï 1: 1-5
1 In het tweede regeringsjaar van koning Darius, op de eerste dag van de zesde maand, richtte de HEER zich bij monde van de profeet Haggaï tot Zerubbabel, zoon van Sealtiël en gouverneur van Juda, en tot Jozua, zoon van Josadak en hogepriester: 2 ‘Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Dit volk beweert dat de tijd nog niet gekomen is om de tempel van de HEER weer op te bouwen. 3 Maar,’ zo sprak de HEER bij monde van de profeet Haggaï, 4 ‘is de tijd dan wel gekomen om zelf in mooi afgewerkte huizen te wonen? En dat terwijl mijn huis nog een ruïne is! 5 Nu dan – dit zegt de HEER van de hemelse machten: Welke weg zijn jullie ingeslagen? Denk toch na!’

De bijbel vertelt ons dat God op weg is met zijn volk. In een tent, onderweg met zijn volk door de woestijn van het leven; in zijn woorden, door mensen gesproken; in Jezus. De weg van de mens en de weg van God hebben met elkaar te maken.
Haggaï vraagt zijn volksgenoten namens God welke weg zij zijn ingeslagen? Letterlijk staat er in het Hebreeuws de oproep: zet je hart op je wegen! Waar ben je nou helemaal mee bezig? Jullie stoppen al je tijd in het opbouwen van je eigen huis, het bewerken van je eigen akker en het stillen van je eigen honger. Maar zegt Haggaï dat geeft je een vals gevoel van veiligheid. Als we eerst bouwen aan het huis van de Eeuwige dan zal ook je eigen huis er wel bij varen. Geef je voorrang aan je eigen belang dan sla je een heilloze weg in, dan blijf je in de ban van een eeuwige verongelijktheid. Wanneer je je gezamenlijk verbindt aan een project, in dit geval de opbouw van de tempel waar God onder zijn mensen woont, dan wordt je boven jezelf uitgetild. Dan komen we in beweging, tot daden. Wanneer we samen aanpakken, komen we verder dan ieder voor zich, daar rust geen zegen op. Misschien is de oproep van Haggaï een geschikt motto voor de komende maanden, leuk al die jubilea, maar laten we ons ook afvragen, hoe zetten wij ons hart op de weg, waar zijn wij mee bezig?!!

De zegen van St Patrick (Ierland, 7e eeuw):

De Eeuwige zij voor u
om u de juiste weg te wijzen
De Eeuwige zij achter u
om u in de armen te sluiten
en te beschermen tegen gevaar.
De Eeuwige zij onder u
om u op te vangen
wanneer u dreigt te vallen.
De Eeuwige zij in u
om u te troosten als u verdriet hebt.
De Eeuwige omgeve u
als een beschermende muur
wanneer anderen over u heen vallen.
De Eeuwige zij boven u
om u te zegenen.
Zo zegene u God, vandaag,
morgen en tot in eeuwigheid.
Amen.

 

Mozes

mozes1Optrekken met Mozes

Exodus 33: 12-17 (NBV) 12.Mozes zei tegen de HEER: ‘U draagt mij wel op het volk verder te laten trekken, maar u hebt mij niet laten weten wie u met mij mee zult sturen, terwijl u toch gezegd hebt: “Jou heb ik uitgekozen, jou ben ik goedgezind.” 13 Als dat werkelijk zo is, laat mij dan weten wat uw plannen zijn. Dan leer ik u kennen en weet ik zeker dat u mij goedgezind bent. Vergeet toch niet dat deze mensen uw volk zijn.’ 14 De HEER antwoordde: ‘Moet ik dan zelf meegaan om je gerust te stellen?’ 15 Mozes zei: ‘Als u niet zelf meegaat, laat ons dan niet verder trekken. 16 Hoe zou moeten blijken dat u mij goedgezind bent, mij en ook uw volk, tenzij u met ons meegaat? Alleen dan nemen wij immers een bijzondere plaats in onder de volken die de aarde bewonen.’ 17 De HEER zei tegen Mozes: ‘Ik verzeker je dat ik zal doen wat je vraagt, want ik ben je goedgezind en ik heb je uitgekozen.’

Bij de aftrap van ons jubileumjaar in de Singelkerk opende ds. Iris Speckman uit Almere met deze bijbeltekst. Zij vertelde dat in Almere er veel verschillende kerken zijn, waaronder een groot aantal ‘exotische’, en in dat geheel moet de Doopsgezinde gemeente haar eigen plek behouden. En zij heeft hierbij als motto, ontleend aan deze tekst: Wanneer jullie niet zelf meegaan, laat ons dan niet verder trekken….
Aan het begin van hoofdstuk 33 geeft God aan Mozes de opdracht om met het volk verder te trekken om het beloofde land in te gaan. Maar er is wel een enorm probleem, want God zegt: Ik zelf zal niet met jullie meegaan, omdat jullie een onhandelbaar volk zijn. Dat was niet zomaar, dat God dit zei. Daar was een aanleiding voor. Vlak hiervoor had het volk het gouden kalf gemaakt en waren dat beeld gaan aanbidden. En al dachten ze, dat dit een mogelijkheid was om met God in contact te blijven, God zelf oordeelde daar anders over. God breekt met zijn volk.

Maar Mozes gaat met God in gesprek. ‘Als u zelf niet met ons meegaat, laat ons dan niet verder trekken’. Mozes beseft: als God niet met ons is, zijn we verloren en wordt alles zinloos en kansloos. Maar wat heel bijzonder is, is dat Mozes zich niet bij Gods besluit neerlegt. Hij zegt: Heer, U hebt mij uitgekozen en U hebt uw volk uitgekozen en daar kunt U niet zomaar op terugkomen. Mozes doet dus een beroep op trouw van God. En God … Hij luistert! Hij laat zich overtuigen door Mozes.Iris roept haar gemeente en ook alle toehoorder op om ook te luisteren en mee op weg te gaan. Want zonder elkaar is er geen weg te gaan. Dat gaat dieper dan een keertje naar de kerk komen, werkelijk betrokken raken op elkaar en dan komen we in de richting van het Beloofde Land.

 

 

 

Filemon

filemon1Uit de brief van Paulus aan Filemon:
8. In mijn verbondenheid met Christus heb ik het volste recht u te zeggen wat u moet doen, 9. maar vanwege uw liefde doe ik u liever een verzoek – ik, Paulus, een man van respectabele leeftijd, die gevangenzit omwille van Christus Jezus. 10. Ik zou u om een gunst willen vragen voor Onesimus, die tijdens mijn gevangenschap mijn kind is geworden. 11. Hij was u destijds niet van nut; nu kan hij echter niet alleen mij, maar ook u goede diensten bewijzen. 12. Ik stuur hem naar u terug, hoewel hij me na aan het hart ligt 13. en ik hem graag bij me gehouden had…

Er bestaan er veel vooroordelen over Paulus en is niet iedereen enthousiast over zijn brieven. Daarom heb ik gekozen uit dit korte briefje aan Filemon omdat Paulus hier vooral naar voren komt als vredestichter en niet zozeer de vrouwonvriendelijke betweter.

Dit kattenbelletje is geschreven vanuit de gevangenis in Rome aan de rijke zakenman Filemon, in wiens huis de gemeente van in Kolosse samenkwam. Paulus zet hoog in, hij dankt altijd God als hij Filemon noemt in zijn gebeden. Immers hij hoort de mensen spreken over diens liefde en trouw aan het geloof. Paulus doelt hiermee op de houding die het evangelie van de mens vraagt tegenover zijn naaste. Daarop doet hij een beroep met betrekking tot een weggelopen slaaf, Onesimus. Paulus komt niet met pasklare oplossingen voor de ontstane situatie, stelt geen eisen, maar doet een goed woordje voor de slaaf. Wiens naam Nuttig betekent! Dat was hij echter niet omdat hij weggelopen was uit de huishouding en voor Filemon onbruikbaar geworden. Door Paulus is hij echter bekeerd tot het Christendom wat hem nu zeer bruikbaar maakt. Daarom zendt Paulus Onesimus terug naar Filemon. Paulus ontkent niet dat hij schuldig is. De terugkeer dan ook niet zonder risico, maar wel vrijwillig en dat duidt op een ingrijpen van God.

Een bijzondere schadevergoeding
De schade wordt vergoed: Filemon krijgt meer dan een slaaf terug, hij krijgt een geliefde broeder. Dat hoeft niet te betekenen dat Paulus wil dat Onesimus vrijgelaten wordt, maar wel dat Onesimus als medegelovige gerespecteerd en behandeld wordt. Dit is heel wat anders dan onze huidige klaagcultuur waar bij schade door overmacht of natuurgeweld (aswolken) onmiddellijk geld van de overheid geclaimd wordt. Paulus stelt bewust geen eisen, en doet ook geen uitspraken over de verhouding tussen knecht en meester, zoiets kan tot scheuring leiden in de jonge gemeente. Hij wijst tactvol op de wijze waarop een gemeenschap van het geloof (in Christus) met elkaar omgaat en problemen oplost. Hij probeert een brug te slaan tussen Filemon en zijn voormalige slaaf. Onesimus is in de boeien van het evangelie een goede bruibare dienaar geworden!

Vol verwachting

volverwachting1
Foto: Flickr

 

De decembermaand is de maand van afwachten en verwachten. Kinderen hebben weer uit volle borst gezongen voor de Goedheiligman: ‘Vol verwachting klopt ons hart, wie de koek krijgt, wie de gard’.
Ten tijde van Sinterklaas klopten onze harten vol verwachting omdat we niet zeker wisten of we koek zouden krijgen of straf? Het is maar afwachten of je de cadeaus krijgt waar je om gevraagd hebt. En met kerst? Ik geef liever geen cadeaus met kerst, omdat we met de hele familie uitgebreid Sinterklaas vieren met surprises en licht vermanende gedichten. Wat verwachten wij van kerst? De kerstmusical, mooie liedjes van de kinderen, een mooie boom in de kerk (is die al gevonden en omgehakt?). Of worden je kerstverwachtingen getemperd door lastige familiekwesties die opgelost moeten worden voor hét diner?

Dit jaar zal ik met Kerstmis voorgaan in de dienst en ik ben me aan het bezinnen op de teksten en liederen. Ooit stond op het rooster een lezing uit Johannes in plaats van de vertrouwde woorden uit het evangelie van Lukas en ik herinner me de teleurgestelde reacties van gemeenteleden voor wie het geen echt kerstfeest kon zijn zonder het verhaal van het kind in de kribbe. Volgens de nieuwe bijbelvertaling, ligt het kind in een voederbak. Bij mij thuis las mijn vader op eerste kerstdag voor we gingen eten voor uit het evangelie van Lukas, uit hun trouwbijbel. En die ouderwetse woorden waren in mijn kinderoren heel vertrouwd al wist ik niet helemaal wat het betekende. Doch Maria bewaarde al deze woorden, die overwegende in haar hart. Wat gebeurde er wanneer Maria alles overwoog in haar hart? Was zij aan het piekeren ’s nachts tijdens de vlucht naar Egypte of was ze juist blij met alle geschenken van de drie wijzen? Wat overwegen wij in ons hart deze decembermaand? Zijn dat zorgen of hoopvolle verwachtingen, blijdschap of verdriet? En lukt het ons om met dat hart toch Kerst te vieren, door alles heen, steeds weer vervuld met nieuwe overwegingen en verwachtingen.

Er is een onderscheid tussen afwachten en verwachten. Je kunt jezelf afvragen: leef ik in afwachting van wat komen gaat of verwachten we nog iets van dit leven? Het is immers advent, de hoogste tijd om wakker te worden en je bewust af te vragen: waar sta ik? Waarvoor leef ik eigenlijk? Of laat ik me meeslepen door de zuigkracht van de tijd, de commercie of de illusie van de suikerzoete reclames voor het kerstdiner. Kerst verwachten is een keuze maken. Is voor ons het leven ook meer dan eten en drinken, TV-kijken en achter de computer zitten? Waar maken we ons zorgen om? Wanneer je kerst verwacht, laat je hart, maar vooral je handen, vol van verwachting zijn. Als je alleen maar afwacht dan is het makkelijker, je moet een plekje in je agenda vrijmaken, zorgen wat te eten is huis te hebben of misschien wel zeggen ‘ik heb geen zin, kom maar een andere keer’. Het kerstkind verwachten is klaar staan zonder horloge of kalender, klaar staan voor anderen door bewust te leven en verder te kijken dan je neus lang is.

December is een maand van surprises, waarin wij ons mogen voorbereiden op de grootste surprise die je kan krijgen: in doeken gewikkeld geeft God ons zijn eigen zoon. Alle cadeaus van Sinterklaas zullen daarbij verbleken, want met Kerstmis gaat het om het geschenk van God zelf: vrede en welbehagen voor alle mensen.

Guna guna

gunaguna1
Foto: Flickr

Het grind knarst, nou ja de steentjes zelf zijn levenloos en kunnen geen geluid voortbrengen. De sandalen die over het grind lopen zorgen voor het knerpende geluid. Maar ook sandalen zijn levenloos zonder de voeten van een lopend mens. Tenen en benen zijn nodig, een romp, spieren, zenuwen, een hart dat het bloed rondpompt en een brein dat het hele proces aanstuurt.
Het knerpende geluid komt en gaat, loopt er iemand rond het huis? Nu? Het is midden in de nacht. Ze trekt haar dekens op tot haar kin en slaat de geborduurde rand van het laken om. Zo kriebelt er niets tegen haar wang. Op school hadden ze het over het boek Stille kracht van Couperus  gehad. Sinds dat moment droomt ze erover. Haar broer lachte haar uit toen ze met een bleek gezicht aan het ontbijt zat.
‘Je hebt toch al zoveel verhalen van Oma gehoord, over spiegels die breken als iemand gaat sterven en dat je heel voorzichtig moet zijn met alle krissen die bij haar aan de muur hangen? Nou dan?!’
‘Ja, maar’, ze wil hem haar droom beschrijven, maar ze krijgt de kans niet. Ludo ratst haar boterham met appelstroop van haar bord en neemt er een reuzehap uit.

Haar kamertje is in een schemer gehuld, alleen bij de deur kruipt een beetje licht door de kier bij de drempel. Gelukkig blijft de hele nacht het ganglicht aan op haar verzoek. Dan stoot ze tenminste ’s nachts niet haar tenen op weg naar de wc. Het grind knarst weer.
‘Loopt er nou iemand om het huis of niet?’ fluistert ze tegen haar trouwe beer. Hij bromt iets terug wat ze niet verstaat. Ze legt hem met zijn snoet in het kussen. ‘Bangerd’, krabbelt hem liefdevol tussen zijn oren. Steentjes bewegen niet uit zichzelf. Papa en Mama zijn een weekendje weg en Ludo logeert bij een vriendje.
Ze lopen rond het huis. Een diepe zucht ontsnapt haar, het is vast Oma. Zij past op mij en beer. Van Oma mag ze niet meer met haar beer slapen, ze is immers al veertien. Beer laat zich niet wegsturen. Hij is net als de speelman, die haar ’s avonds verhalen vertelt tot ze in slaap gevallen is. Zij is de kleine Poppedijne, de grote Bim-bam heeft voor zijn vriendje gekozen. Op zijn gloednieuwe puma’s liep hij het tuinpad af, stak de weg over en wachtte bij de bushalte. Hij is verdwenen uit haar verhaal. Haar ogen zakken bijna dicht tot het buiten nu wel erg nadrukkelijk knarst. Ze schiet rechtop in haar bed en trekt aan haar oorlellen, duwt haar vingers in haar oren en trekt ze er snel weer uit, ze ploppen en registreren het geluid. De rode cijfers van de wekker op haar nachtkastje zeggen dat het drie uur tweeëntwintig is. Oma is allang naar bed en slaapt de slaap der rechtvaardigen. Ze kan nu twee dingen doen. Diep onder haar dekens kruipen tot op haar voeteneind. Of haar raam open doen en de ongewenste bezoekers wegjagen. Ze wil graag kiezen voor de heldenrol. Wat zal Papa trots zijn op zijn Poppedijne die eigenhandig het huis verdedigd heeft tegen inbrekers en ander tuig. Stel nou dat het allemaal verbeelding is of guna guna. Oma gelooft dat de stille kracht bestaat.